Het maken van deze emulsie is te vergelijken met het maken van mayonaise: na een tijd mengen blijft de verf staan en vloeit niet uit.
Nettie, ongeduldig, nam niet altijd de tijd om haar emissies regelmatig te mengen. Dit is nu nog steeds te zien in haar schilderijen van voor ongeveer 1960, die vaak gedeeltelijk afbladderen.
Dit leidde tot een hevige briefwisseling tussen haar en mijn vader. Zij beschuldigde hem van foute technieken en hij beschuldigde haar van slordigheid. Maar toch bleven zij de beste vrinden.
Na de dood van mijn vader in 1960 zette zij de briefwisseling voort met mij, want zij had nog steeds technische problemen. (Ik ben schilderijen- restauratrice.)
Boven: Afbladderend zelfportret, emulsieverf op doek, ca. 1956.
Rechts: Vioolspelend jongetje in straat, laatste periode.
Wij kwamen samen tot de conclusie dat een kunsthars, genaamd ketonhars, die veel goede eigenschappen heeft, gemakkelijker te mengen was dan de emulsieverf.
Zij ging steeds dunner werken en minder eigeel gebruiken. De schilderijen uit die periode zijn niet zo erg meer gebladderd.
De laatste jaren van haar leven ging zij heel dunne, glacerende lagen olieverf met ketonhars over elkaar zetten en daarmee kon ze het aquarelachtige effect bereiken (zie het vioolspelend jongetje hiernaast), dat haar schilderijen steeds meer kregen zonder hun vaste opbouw te verliezen.
Alleen de hoge lichtjes zette zij er dik bovenop.
Deze schilderijen bladderen niet meer.
Doortje van Dantzig